Vergoedingsmogelijkheden voor amateur-wielrenners (deel I)

Vanuit startende amateur-wielerteams krijgt deSportonoom vaak de vraag hoe ze best hun wielrenners een bepaalde vergoeding kunnen uitkeren voor de geleverde sportprestaties. Het is uiteraard niet aangewezen om een vergoeding uit te betalen, als het budget dit niet toelaat. Mocht dit wel het geval zijn, kunnen er een aantal opties worden voorgesteld door de sportclub aan de sporter.
Hieronder bespreken we verscheidene mogelijkheden voor u.

Afbakening

Bij de start van een wielerteam wordt er doorgaans gekozen voor een juridische rechtsvorm. De keuze hangt af van het doel dat de oprichters voor ogen hebben. Als het in hoofdzaak een commercieel doel is (lees: zoveel mogelijk winst maken om het o.a. uit te keren aan de aandeelhouders, zal men kiezen voor een commerciële maatschap zoals een nv of een bvba). In het geval men eerder een gemeenschappelijk en belangeloos doel wilt realiseren (lees: de winst wordt terug geïnvesteerd om het doel te bereiken), opteert men meestal voor een vzw.

Het wielerteam dient uiteraard een aantal renners onder haar hoede te hebben. In vele gevallen verwachten zij een soort van vergoeding van de club voor de geleverde prestaties. Hieronder reiken we u een aantal mogelijkheden aan voor amateur-wielrenners die voor een wielerclub onder een vzw-structuur actief zijn.

Mogelijkheid 1: als vrijwilliger

De wielrenners en het sportieve team errond worden vaak als toegetreden leden van de vzw gezien. Dit wil zeggen dat ze een band hebben met de vzw, maar de vzw mag er niet van verwachten dat ze activiteiten zullen organiseren (taak van de werkende leden). Voor activiteiten die losstaan van het mandaat als bestuurder of lid, kunnen ze als vrijwilliger worden beschouwd en kunnen ze bijgevolg een onkostenvergoeding krijgen.

De onkostenvergoeding kan forfaitair zijn. Voor 2015 bedraagt de vrijwilligersvergoeding maximum 1.308,38 euro per jaar per vrijwilliger, eventueel aan te vullen met een maximum van 693,60 euro aan vervoerskosten. De vzw kan daarnaast kiezen voor een reële vrijwilligersvergoeding. Dit komt neer op de terugbetaling van de onkosten die de vrijwilliger in de uitoefening van de opdracht (bv. het uitkomen voor de wielerploeg door deel te nemen aan wedstrijden) voor rekening van de vzw heeft uitgevoerd.

De vergoedingen voor vrijwilligers zijn fiscaal interessant aangezien ze niet belastbaar zijn, tenzij het om “vermomde bezoldigingen” zou gaan. Als men de maximabedragen overschrijdt, spreekt men immers van loon en niet van vrijwilligersvergoeding.

Mogelijkheid 2: als zelfstandige

De amateur-wielrenners kunnen ervoor opteren om het statuut van zelfstandige in hoofd- of in bijberoep aan te nemen. Men is dan verplicht zich aan te sluiten bij een ondernemingsloket (betalen van sociale bijdragen) en er moet een btw-nummer worden aangevraagd.

Van zodra men zelfstandige is, kan men een factuur versturen naar de vzw voor de geleverde prestaties. De vzw dient dan in principe de factuur te voldoen binnen een bepaalde termijn.

Ook hier moet erover gewaakt worden dat het marktconform gebeurt. Op verdoken winstuitkeringen in een vzw-structuur staan immers zware sancties/boetes.

Mogelijkheid 3: als werknemer

In tegenstelling tot een feitelijke vereniging, kan een vzw als rechtspersoon personeel in dienst nemen. Zo zou het de wielrenners als werknemers kunnen aannemen en hen een loon uitkeren. Om onder het statuut van werknemer te vallen, dienen volgende voorwaarden vervuld te worden:

  • Het werk moet volledig afgescheiden zijn van het eventuele bestuurdersmandaat;
  • Het moet duidelijk zijn dat de werknemer in ondergeschikt verband werkt voor de werkgever (vzw).

In dat geval kan de vzw een loon betalen, maar het is dan ook verplicht om de sociale bijdragen te betalen op het loon van de werknemers. Dit brengt uiteraard een extra (loon)kost en administratieve verplichtingen met zich mee.

Mogelijkheid 4: als ‘betaalde’ sportbeoefenaar

Omdat we hier focussen op de amateursporters, vallen de betaalde sportbeoefenaars buiten het bestek van dit artikel.

Niet getreurd, weldra bespreekt deSportonoom het statuut van de betaalde sportbeoefenaar in geuren en kleuren. Er wordt dan dieper ingegaan op het toepassingsgebied, de sociaalrechtelijke en fiscaalrechtelijke aspecten ervan.

Tussentijdse conclusie

Als de maximum vrijwilligersvergoeding voldoende is om tegemoet te komen aan de wensen van de amateur-wielrenners, is deze vergoeding sterk aangewezen gezien het voordelig fiscaal regime.

In het geval dit maximumbedrag niet blijkt tegemoet te komen aan de afspraak met de amateursporter, kan er nog steeds worden teruggegrepen naar het statuut van zelfstandige of werknemer.

Bij het zelfstandigenstatuut zal de wielrenner zelf zijn fiscale/sociale lasten moeten regelen en betekent dit minder administratieve rompslomp voor de vzw. Bij het afsluiten van een arbeidsovereenkomst tussen wielrenner en vzw, moet de vzw instaan voor de sociale lasten en gelden er een aantal arbeidsrechtelijke plichten zoals o.a. een minimum tewerkstellingsduur.

Interessant? Check dan zeker onze volgende post over het statuut van de betaalde sportbeoefenaar.


Gerelateerde items


Reacties