Vergoedingsmogelijkheid als betaalde sportbeoefenaar (deel II)

Zoals in de blog “vergoedingsmogelijkheden voor amateur-wielrenners (deel I)” besproken, zijn amateursporters in principe niet onderworpen aan de verplichtingen van een zelfstandige of van een loontrekkende. Het gaat immers niet over een beroepsactiviteit. Als men toch een vergoeding voor de geleverde prestaties wenst te ontvangen, heeft deSportonoom reeds een aantal mogelijkheden aangereikt. Hieronder wordt verder ingegaan op het bijzondere statuut van een betaalde sportbeoefenaar.

Wat is een betaalde sportbeoefenaar?

De Wet Betaalde Sportbeoefenaars van 24 februari 1978 bepaalt de volgende definitie: “diegene die de verplichting aangaat zich voor te bereiden op of deel te nemen aan een sportcompetitie onder het gezag van een ander persoon, tegen een loon dat een bepaald bedrag per jaar overschrijdt (9.400 euro voor de periode van 01.07.2014 tot 30.06.2015)”.

Bijgevolg wordt de drempel van 9.400 euro gebruikt om te bepalen of de sportbeoefenaar onder de wet van 1978 valt. In voorkomend geval dient deze sporter met een aantal sociaalrechtelijke en fiscale verplichtingen rekening te houden. Deze wet geldt overigens ook voor trainers van sportclubs, zolang hun vergoeding maar hoger ligt dan het voornoemde minimumbedrag.

Fiscale gevolgen

Er geldt een aangepast fiscaal statuut voor de beroepsinkomsten van een betaalde sportbeoefenaar. Het is daarbij niet relevant of men al dan niet rijksinwoner (d.w.z. fiscale woonplaats of zetel in België) is. Het statuut (van kracht vanaf 1 januari 2008) bestaat enerzijds uit gunstige aanslagvoeten voor bepaalde categorieën van sportbeoefenaars. Anderzijds bestaat er een (gedeeltelijke) vrijstelling van betaling van bedrijfsvoorheffing voor de schuldenaars van de bezoldigingen.

  1. Aanslagvoeten

Jonge sportbeoefenaars kunnen vallen onder de gunstige aanslagvoet van 16,5% als men aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • De sporter moet tenminste 16 jaar zijn, maar jonger dan 26 jaar op 1 januari van het betreffende aanslagjaar.
  • De gunstige aanslagvoet wordt enkel toegepast op een maximumbedrag van 12.300 euro (niet geïndexeerd) per belastbaar tijdperk.

Anders vallen de sportactiviteiten die als nevenactiviteit uitgeoefend worden onder de aanslagvoet van 33%. Hierop zijn eveneens twee voorwaarden van toepassing:

  • Het gaat om de toekenning van inkomsten aan sportbeoefenaars die 26 jaar of ouder zijn op 1 januari van het aanslagjaar. Dit kunnen ook opleiders (vorming), trainers en begeleiders (logistiek) zijn voor hun opleidende/omkaderende/ondersteunende activiteiten.
  • De betaling gebeurt voor een nevenactiviteit, d.w.z. dat de sporters nog inkomsten moeten verkrijgen uit een andere beroepsactiviteit. Het totaal van dit bruto belastbaar bedrag moet meer zijn dan de inkomsten uit hun activiteit als sportbeoefenaar, trainer, opleider en/of begeleider.
  1. Bedrijfsvoorheffing

De sportclubs die de sportbeoefenaars betalen, kunnen in bepaalde gevallen 80% van de bedrijfsvoorheffing inhouden. Deze (gedeeltelijke) vrijstelling van doorstorting wordt toegestaan als:

  • De sporters jonger zijn dan 26 jaar op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vrijstelling wordt gevraagd
  • Voor andere sportbeoefenaars als de helft van deze vrijstelling wordt besteed aan de opleiding van jonge sportbeoefenaars van minstens 12 jaar en niet ouder zijn dan 23 jaar op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vrijstelling wordt gevraagd. Dit op voorwaarde dat het ten laatste gebeurt op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vrijstelling werd gevraagd.

Sociaalrechtelijke gevolgen

Het sociaal zekerheidsstelsel voor werknemers is van toepassing op de betaalde sportbeoefenaars. In principe is er geen mogelijkheid om het tegendeel te beweren. Dit moet dus worden aangegeven door de sportclubs van zodra hun sporters de drempel van 9.400 euro overschrijden, eventueel met terugwerkende kracht voor het lopende seizoen.

Indien de sporter niet onder het statuut van “betaalde sportbeoefenaar” valt, zal het stelsel van de sociale zekerheid voor werknemers toch van toepassing zijn in het geval men als ‘werknemer’ wordt gezien. Men moet dan kunnen bewijzen dat de sporter werkt in uitvoering van een arbeidsovereenkomst voor een sportclub die fungeert als werkgever.

Slotsom

Gelet op de voorgaande vergoedingsmogelijkheden (zelfstandige; werknemer; vrijwilliger), zal het afhangen van het bedrag dat de sportclub met zijn/haar sporter afspreekt of het statuut van betaalde sportbeoefenaar aan de orde is.

Deze tips geven we graag mee:

  • Als de maximum vrijwillligersvergoeding volstaat, is deze aangewezen omwille van de voordelige fiscale behandeling.
  • Als het contract tussen sporter en sportclub financieel meer bedraagt dan 9.400 euro per jaar, gelden de regels van het statuut van “betaalde sportbeoefenaar”. De fiscale en sociale zekerheidsverplichtingen moeten worden gerespecteerd.
  • Als men tussen de twee drempels (tussen 1.308,38 en 9.400 euro) zit, kan de sporter het statuut van zelfstandige of als werknemer aannemen. In het zelfstandigenstatuut zal de sporter zelf fiscale en sociaalrechtelijke plichten moeten nakomen, in het werknemersstatuut ageert de sportclub als werkgever en zal zij aan de lasten moeten voldoen.

Hopelijk heeft deSportonoom u hiermee al een eindje vooruit geholpen. Als u nog meer verduidelijking wenst of vragen heeft, aarzel dan niet om ons te contacteren of om een reactie te plaatsen op onze website!


Gerelateerde items


Reacties


  • lambrecht oswald

    heb een overeenkomst met een amateurvoetbalclub gesloten daarin staat dat all ik die verbreek een schadevergoeding moet betalen van 3000euro,doch ik wens te stoppen omdat het niet meer combineerbaar is met mijn studie aan de univ