De Europese aanpak van “matchfixing”

Er is sprake van wedstrijdvervalsing (ook bekend als wedstrijdmanipulatie of matchfixing) als het resultaat van een wedstrijd volledig of gedeeltelijk bepaald wordt door een deelnemer en/of een andere betrokkene (bijvoorbeeld een scheidsrechter, trainer, etc.) die moedwillig verliest of vals speelt. Matchfixing druist niet alleen in tegen de regels van de sport, het is in de meeste gevallen ook een overtreding van de wetgeving.

Schets van de juridische situatie

Het is één van de vele taken van Europa om de uitoefening van sport fair te laten verlopen. Daarom dient ook dit probleem van matchfixing te worden aangepakt. Begin januari 2013 heeft de Raad van Europa de daad bij het woord gevoegd en een ontwerpverdrag opgesteld ter bestrijding van de manipulatie van sportuitslagen.

De aanvaarding van dit internationaal verdrag verloopt echter niet van een leien dakje. Het merendeel van de EU-lidstaten tekenden het ontwerpverdrag niet. De hoofdreden hiervoor ligt in het feit dat Malta midden 2014 een procedure had aangebonden tegen dit verdrag bij het Europese Hof van Justitie. Hierdoor zal de verenigbaarheid van het verdrag aan de Europese regels moeten worden nagegaan door het Hof.

Malta heeft hoofdzakelijk een probleem met de definitie van illegale sportweddenschappen: “elke activiteit in verband met een sportweddenschap, waarvan het type of de exploitant niet is toegelaten volgens de toepasselijke wetgeving van het rechtsgebied waar de consument zich bevindt”. Malta is van mening dat dit de beginselen van de interne markt en het vrij verkeer van diensten schendt.

Bespreking van het ontwerpverdrag

Het verdrag dat op tafel ligt, heeft de intentie om een grote Europese samenwerking te realiseren tussen overheden, sportorganisaties en instanties van kansspelen. Hoofddoel is om de preventie, detectie en sanctionering inzake het manipuleren van sportwedstrijden op elkaar af te stemmen.

Het gaat om eender welke vorm van wedstrijdvervalsing, al dan niet gelinkt aan sportweddenschappen. Wedstrijdvervalsing kan tot doel hebben om hetzij bepaalde belangen binnen de sportwereld zelf te beïnvloeden, hetzij kansspelen en witwaspraktijken naar iemands hand te zetten. Zo kan men een degradatie naar een lagere divisie proberen te vermijden of (il)legaal geld inzetten op het resultaat van vervalste matchen.

Tot op heden hebben de lidstaten het recht om de kansspelen in hun land volgens de heersende traditie en cultuur te regelen en te controleren. Uit de rechtspraak van het Hof blijkt dat de lidstaten consumenten moeten beschermen tegen fraude, verslaving, witwaspraktijken en wedstrijdmanipulatie. De lidstaten zijn vrij om hier maatregelen voor te nemen, ook al zou daardoor het vrij verkeer binnen de EU beperkt worden. Het is evenwel uit den boze dat deze maatregelen discriminerend en/of disproportioneel zijn. Het openbaar belang moet worden nagestreefd en de maatregelen moeten passen in het coherent beleid om de doelen van het openbaar belang te dienen.

Nog dit: de aanbieders van (online) kansspelen moeten zich houden aan de wetgeving van de lidstaten waar zij hun diensten aanbieden en waar de consument woont (geen wederzijdse erkenning tussen lidstaten dus).

Gevolgen van uitspraak Hof van Justitie

Malta interpreteert het ontwerpverdrag in die zin dat de EU-lidstaten altijd beperkingen kunnen invoeren zonder dit te moeten rechtvaardigen. Dit zou dan van de uitzondering de regel maken, aangezien het uitgangspunt nog steeds de vrijheid van diensten binnen de EU is. Beperkingen hierop kunnen enkel onder bepaalde omstandigheden/voorwaarden.

Voorstanders van het ontwerpverdrag beweren dan weer dat de tekst zo moeten worden geïnterpreteerd dat het de lidstaten vrij laat om aan hun plichten conform het nationaal en Europees recht te voldoen.

Alleszins kan de uitspraak van het Hof grote gevolgen hebben voor het ontwerpverdrag. Als het verzoek van Malta wordt afgewezen, is er geen probleem en kan het verdrag worden doorgevoerd. In het geval het Hof Malta volgt, dan zijn er een viertal mogelijkheden:

  1. Het EU-verdrag wordt heronderhandeld;
  2. Het ontwerpverdrag wordt heronderhandeld;
  3. De EU en lidstaten treden niet toe tot het ontwerpverdrag;
  4. De EU en lidstaten treden wel toe, maar maken een voorbehoud wat betreft de illegale sportweddenschappen.

Op de definitieve uitspraak van het Hof is het minstens nog een jaar wachten (midden 2016). Geen nood, deSportonoom heeft dit reeds met stip genoteerd in zijn agenda en volgt deze zaak voor u op.

Slotsom

Moet het nog gezegd worden dat de besluitvorming in de Europese Unie vaak stroef verloopt en door allerlei handelingen (zoals een verzoek bij het Hof) kan worden vertraagd. Het is verontwaardigend dat Europa er niet in slaagt om alle lidstaten op dezelfde lijn te krijgen over een probleem zoals wedstrijdvervalsing.

De niet-toetreding of slechts een gedeeltelijke toetreding zou een slechte zaak betekenen in de strijd tegen matchfixing in de sport. Dit probleem kan ons inziens best globaal en consistent worden aangepakt. Als voortrekkers van de integriteit in de sport, zou de Europese Unie ook wel eens gezichtsverlies kunnen lijden indien het ontwerpverdrag er niet zou doorkomen.


Gerelateerde items


Reacties