Het financieel kader van de Tour de France en haar na-Tour criteriums

Op zaterdag 4 juli 2015 gingen 219 wielrenners van start in wat één van de meest boeiende Tour de France in jaren zou moeten worden. Drie weken later toonde team Sky – met Froome als exponent – zich te sterk voor de andere favorieten. Nochtans kon Quintana hem enkele prikken uitdelen, maar op de voorlaatste rit naar de Alpe d’Huez werd duidelijk dat wielrennen toch een ploegsport is. Het team met de grootste portefeuille trok zodoende de gele trui naar zich toe.

Jaarloon

De Keniaanse Brit Chris Froome bleef stoïcijns na zijn tweede Tourwinst. Er was in de voorgaande drie weken veel gebeurd op weg naar de Champs Elysée in Parijs. Hij doorstond dagelijks vervelende dopingvragen van journalisten en werd vaker wel dan niet uitgejouwd door de Franse wielersupporters. Desondanks kon hij zich opladen om het publiek te bedanken en ons te vertellen de gele trui nooit oneer aan te doen.

Die gele trui legt hem natuurlijk geen windeieren, maar in vergelijking met andere sporten zijn de jaarsalarissen en winstpremies in het wielrennen klein bier. Froome verdient jaarlijks 4,6 miljoen euro, circa 18% van het jaarbudget van team Sky. Een contract dat hij in 2013 – na zijn eerste Tourwinst – voor drie jaar kon ondertekenen. Daarmee is hij één van de topverdieners in het wielrennen. Ter vergelijking: voetballer Eden Hazard verdient maar liefst 14 miljoen euro per jaar. Enkel en alleen door zijn contract bij Chelsea FC, sponsorcontracten niet inbegrepen. Hiervoor moet Froome maar liefst drie seizoenen actief deelnemen aan internationale wielerwedstrijden.

ASO

Tour-organisator ASO – Amaury Sport Organisation – is een Frans bedrijf, bestuurd door de familie Amaury. Zij trekken quasi alle gelden (schatting: jaarlijks 112 miljoen euro) naar zich toe, terwijl de wielerteams nagenoeg enkel van meer zichtbaarheid kunnen genieten.

Van de Tourorganisator ASO ontvangt elk deelnemend team in de Tour de France 50.000 euro startpremie. De Tourwinnaar krijgt ‘slechts’ 450.000 euro uitgekeerd. FC Barcelona ontving daarentegen maar liefst 15 miljoen euro voor het winnen van de Champions League.

In de meeste gevallen verdelen de Tourwinnaars deze som ook nog eens onder hun ploegmaats. Doordat Froome ook één rit kon winnen, kreeg hij 8.000 euro aan prijzengeld extra op zijn rekening gestort.

Algemeen werd ongeveer twee miljoen euro aan prijzengeld verdeeld tijdens de Tour de France. Peanuts vergeleken met de 1,2 miljard prijzenpot die verdeeld werd door de UEFA onder de Champions League-deelnemers in het voetbal. TV-inkomsten en sponsorcontracten liggen mijlenver uit elkaar tussen de twee bovengenoemde sporten. Voetballiefhebbers zullen ongetwijfeld weten dat Heineken en Nissan grote sponsors zijn van de CL, terwijl wielerfans nauwelijks weten dat Carrefour de bolletjestrui in de Tour de France sponsort.

Ondanks een zeer degelijk jaarloon worden de opofferingen van wielrenners zichtbaar niet naar dezelfde waarde geschat in vergelijking met vele andere sporten. Natuurlijk hangen de dopingschandalen nog steeds boven de hoofden van de wielrenners waardoor sponsors minder snel geneigd zijn nog reclame te maken in deze sporttak. Daarnaast kunnen we niet naast het feit om dat wielrennen wereldwijd minder populair is. Voetbal daarentegen wordt over de hele wereld gevolgd, terwijl in het Afrikaanse continent de Tour de France eerder bijzaak is.

Na-Tour-Criterium

Enkele dagen na zijn triomftocht in de Tour de France was Chris Froome bereid om ook de Belgische wielerfans te entertainen in enkele na-Tour-criteriums. Algemeen wordt gesuggereerd dat Peter Sagan tussen de 30.000 en 35.000 euro vraagt per deelname, Chris Froome mikt zelfs hoger tussen de 45.000 en 50.000 euro.

Organisatoren delen soms tegenstrijdige gedachten. De absolute top kost vaak te veel, maar worden toch gehaald om volk te lokken. 2 criteria – buiten sfeer en weersomstandigheden – spelen een grote rol in een succesvol na-Tour criterium:

  • Steun van de gemeente: financieel en/of organisatorisch
  • Steun van de lokale ondernemers: sponsoring

De stad Aalst, bijvoorbeeld, steunde haar na-Tour criterium met een financiële inspanning van 30.000 euro om de simpele reden dat de lokale middenstand er veel profijt uit kan halen. Totaal kostenplaatje voor de organisatie van het criterium benaderde 170.000 euro. Ninove bleek over een budget van maar liefst 300.000 euro te beschikken. Enkele steden strijden dan ook gretig om het meeste prestige, namelijk benaderd worden als het populairste na-Tour criterium.

In vergelijking met het werkelijke Tour-circus zijn bovenvermelde bedragen minimaal. Utrecht – de startplaats van de voorbije Tour de France – telde maar liefst om en bij de 4 à 5 miljoen neer om de ASO te overtuigen. Antwerpen betaalde 300.000 euro, enkel en alleen om een rit te mogen organiseren in de Tour de France.

Slotsom

De financiële dimensie van de wielerindustrie neemt geen buitengewone proporties aan. Ten eerste, wielerteams hebben het steeds moeilijker om te overleven. Bepaalde sponsors haken af en de ASO trekt alle winsten naar zich toe. Ten tweede, wielrenners kiezen – terecht – geld voor hun inspanningen. Ze hebben slechts enkele jaren om hun talent te verzilveren. Ten derde, na-Tour criteriums teren op de populariteit van de Tour de France. Supporters hebben veel zin om hun wielerhelden te ontmoeten, maar organisatoren hebben organisatorische en financiële steun nodig om de criteriums levende te houden.


Gerelateerde items


Reacties