Sport als een verdienstengoed

De Vlaamse regering is bevoegd voor sport, cultuur, jeugd en andere vrijetijdsactiviteiten. Voor deze sectoren besloot de regering om de financiële middelen te beperken. Het beoogde begrotingsevenwicht zou op die manier behaald kunnen worden. Nochtans lijkt dergelijk beleid eerder kenmerkend voor een kortetermijnvisie. Reden is dat sport in economische termen als een verdienstengoed beschouwd wordt.

Verdienstengoederen

Verdienstengoederen zijn goederen waarvan de consumptie door de overheid moet ondersteund worden. Dit is een gevolg van het feit dat de consument, in dit geval de maatschappij, er anders te weinig aandacht aan zou besteden wegens te weinig interesse of financiële redenen. Stel dat de overheid zou besparen op sport, dan zou ieder individu zelf meer moeten betalen om te mogen sporten waardoor hij/zij waarschijnlijk sneller zal afhaken.

Wetenschappelijke studies hebben reeds aangetoond dat er een positief verband bestaat tussen sport, opleiding en inkomen. Neem nu het voorbeeld van op restaurant gaan: voor mensen met een hoog inkomen is dit een normaal goed, terwijl het voor individuen met een laag inkomen eerder een luxegoed is. Voor sportbeoefening is dit hetzelfde principe. Gevolg is dat als de overheid beslist om haar financiering voor sport te laten doen dalen, er een lagere sportparticipatie bij de lagere inkomensgroepen zou kunnen ontstaan.

Negatieve gevolgen op lange termijn

De gevolgen van te weinig sportparticipatie zouden op lange termijn desastreus kunnen zijn. Er bestaan wetenschappelijke bewijzen dat te weinig beweging zorgt voor een negatieve invloed op het lichaamsgewicht, wat obesitas tot gevolg kan hebben. Ook hier zijn er studies terug te vinden dat obesitas en de hieraan gerelateerde ziektes zoals hart-, vaat- en suikerziekte positief gecorreleerd is aan lagere inkomens.

Een afname van overheidsfinanciering in de sportindustrie leidt onvermijdelijk tot negatieve externe factoren op de lange termijn. Specifiek zorgt een daling in de financiële overheidsmiddelen voor sport tot een afname van de individuele sportparticipatie, wat op zich zal leiden tot meer obese mensen op (middel)lange termijn en dus een stijging in de kost voor de gezondheidszorg tot gevolg heeft. Deze kost wordt in ons land – in tegenstelling tot de Verenigde Staten – gedragen door de overheidsfinanciën en de sociale zekerheid. In feite treedt hier de economische term moral hazard op. Dit betekent dat zwaarlijvige mensen hun gedrag niet zullen veranderen doordat ze niet gestraft worden of geen risico lopen om uitgesloten te worden van zorg.

Besluit

De vraag rijst of de oplossing kan vloeien uit het privatiseren van de gezondheidszorg? Wel, door het privatiseren van de gezondheidszorg zullen bepaalde individuen die van een bepaald ziekteverschijnsel last hebben, uitgesloten worden van zorg. Een dergelijke maatschappij kunnen we nauwelijks een verzorgingsstaat noemen, waardoor we eerder in een Amerikaans stelsel terechtkomen. Is het dan beter om sport niet als een verdienstengoed te beschouwen? Neen. Als we kijken naar de Amerikaanse toestanden zien we de meerderheid van de mensen naar fitnesscentra trekken of joggen. De meeste andere vormen van sport zijn ‘te’ risicovol om te beoefenen, daar de private ziekteverzekering deze sporten niet dekt. Gevolg? De Verenigde Staten financiert topsport waardoor het in vele sporten succesvol is, maar ook op gebied van obesitas voert het de wereldrangschikking aan.

Bron

Dr. Trudo Dejonghe; docent algemene -, internationale – en sporteconomie aan de KULeuven


Gerelateerde items


Reacties