Incidenten naast het voetbalveld: hoe pak je ze het best aan?

Iedereen die al eens een voetbalwedstrijd heeft bijgewoond, weet dat (bepaalde familieleden van) de scheidsrechter soms door het slijk worden gehaald. Volgens deSportonoom neemt deze kwalijke tendens van ongeregeldheden tijdens sportwedstrijden alleen maar toe. Denken we maar aan de wansmakelijke tifo (“onthoofding door man met bijl”) van Standard aan het adres van Steven Defour voor de match tegen Anderlecht. Hoe pak je nu zoiets aan? deSportonoom fileert de situatie voor u.

Juridische gang van zaken

Er bestaat een wirwar van regels die het wangedrag van supporters/hooligans zou moeten tegengaan. Zo zijn er:

  • de reglementen van sportbonden die de clubs overkoepelen (bv. reglement van KBVB);
  • de specifieke wetgeving rond een sport (bv. Voetbalwet);
  • de strafwetten van ieder land (bv. Belgisch strafwetboek);

Daarboven staan in principe de Europese mensenrechten (vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het EVRM). Zo geldt er het recht van vrije meningsuiting (art. 10 EVRM) in het geval van scheldtirades of spandoeken. Toch kunnen er beperkingen/sancties worden opgelegd als de volgende voorwaarden aanwezig zijn:

  1. de beperkingen of sancties moeten bij wet voorzien zijn (= ergens in een Belgische wet staan);
  2. ze moeten nodig zijn in een democratische samenleving (= het moet proportioneel zijn en alleen wanneer nodig);
  3. ze moeten noodzakelijk zijn voor het openbaar belang (= het welzijn van de bevolking, bv. de staatsveiligheid).

Omdat deze drie bovenstaande voorwaarden vervuld zijn in het geval van racistische gezangen of het aanzetten tot haat, zijn deze gedragingen bijvoorbeeld verboden in België.

Daarnaast bestaat er het onderscheid tussen burgerlijke (te maken met het vermogen van personen) en strafrechtelijke zaken (te maken met mogelijke sanctie aan personen). Als een sportorganisatie een incident aankaart, wordt dit algemeen gezien als een burgerlijke zaak. Bij een disciplinaire procedure (bv. schorsing van een club vanwege het gedrag van supporters) is het onderscheid niet altijd even duidelijk. Hoe dan ook heeft eenieder recht op de procedurele garanties (o.a. recht op een eerlijk proces), zoals bepaald in artikel 6 EVRM.

Aantal bedenkingen

Objectieve aansprakelijkheid – Strafrechtelijk en disciplinair kan men alleen maar iemand straffen voor zijn/haar eigen daden. Een aantal sportreglementen lappen dit beginsel echter aan hun laars. Zo kan de FIFA -op basis van haar disciplinair reglement- maatregelen opleggen aan clubs als haar supporters zich niet hebben gedragen, ook al treft de club zelf geen schuld.

Misbruik van machtspositie – Bepaalde sportbonden kunnen bijvoorbeeld een maatregel nemen dat de gestrafte club voor een bepaalde periode zijn wedstrijden in een stadion zonder publiek moet afwerken. Het is duidelijk dat dit een economische/financiële kater betekent voor de club in kwestie, aangezien ze op de betreffende matchen geen inkomsten kan verwerven. Op langere termijn zou dit ertoe kunnen leiden dat bepaalde machtige instanties (met de FIFA tegenwoordig als schoolvoorbeeld) deze maatregelen gaan misbruiken om zo nog meer marktaandeel te bekomen of bepaalde deals te sluiten met andere machtswellustelingen.

Richtlijnen voor aanpak

Doordat er rekening moet worden gehouden met verscheidene rechtsregels en meerdere betrokken instanties, is een allesomvattende oplossing voor deze problematiek nog niet voor morgen. Toch zouden de bevoegde personen best de volgende leidraad meenemen:

  • de sportinstanties moeten een systeem invoeren, zodanig dat de sanctionering/preventie van deze incidenten steeds op gelijke voet wordt behandeld. De interpretatie van de omstandigheden speelt uiteraard een rol, maar deze marge zou beperkt moeten blijven in de handhaving.
  • er moet opgelet worden dat de bovenvermelde objectieve aansprakelijkheid ten aanzien van clubs niet de bovenhand neemt. De organisatie die een straf/maatregel oplegt, moet minstens kunnen aantonen waar de club in de fout ging waardoor het incident heeft kunnen plaatsvinden. Als blijkt dat de club op geen enkel gebied schuld treft, mag ze ook niet gesanctioneerd worden.
  • het is aangewezen dat meerdere koepelorganisaties samenzitten om dit probleem op te lossen. Op die manier ontstaat er een kruisbestuiving die inspirerend en probleemoplossend kan werken. Alleszins moet men proportionele en adequate acties nemen, waarbij de betrokkenen steeds kunnen genieten van een eerlijke rechtsbedeling.

Indien u nog met vragen of opmerkingen zou zitten over deze blogpost, aarzel niet een seintje te geven. Zoals steeds helpt deSportonoom u graag verder en probeert ze uw vragen zo snel mogelijk te beantwoorden.


Reacties