De uitbating van een gemeentelijke sportaccommodatie

Het staat als een paal boven water dat vzw’s in het algemeen, en in het bijzonder sportvzw’s, alsmaar meer gecontroleerd worden door de fiscus. De lokale sportclubs hebben namelijk de reputatie opgebouwd dat hier nogal wat zwart geld in omloop is. Deze illegale praktijk dient onder andere om sporters winstpremies uit te keren of de infrastructuur te verfraaien. In die zin wilt deSportonoom hieronder even inzoomen op het fiscaal kader rond een vzw, die een sportinfrastructuur van de gemeente uitbaat.

Korte situatieschets

Een vzw kreeg de opdracht een sportinfrastructuur (sporthal, sportveld, kleedkamers,…) van de gemeente uit te baten. De vzw mocht deze accommodatie ter beschikking stellen tegen betaling. Uiteraard was er ook een cafetaria aanwezig voor de “derde helft”. De cafetaria werd uitgebaat door een derde persoon die hiervoor een vergoeding betaalde aan de vzw.

De hamvraag is nu hoe al deze inkomsten fiscaal moeten worden aangegeven. Het gebeurt wel vaker dat de inkomsten uit de sportinfrastructuur niet in verhouding staan met de inkomsten uit de uitbating van de cafetaria. Daarom had de vzw ervoor gekozen om deze beide inkomsten als roerende inkomsten te beschouwen. Op die manier konden de bruto-inkomsten verminderd worden met de kosten die te maken hebben met het geheel en kon de winst van het ene deel (cafetaria) gecompenseerd worden met het verlies van het andere (sportinfrastructuur).

De belastingadministratie kon zich niet vinden in de handelswijze van de vzw. Zij vond dat er een onderscheid moest worden gemaakt tussen de roerende inkomsten (uitbating van cafetaria) en de onroerende inkomsten (terbeschikkingstelling van infrastructuur). Op die manier kon er geen compensatie gebeuren en verhoogde het belastbaar inkomen van de vzw drastisch.

Na heel wat onderhandelen, kwam men niet tot een akkoord en werd de zaak uiteindelijk voor de rechtbank gebracht door de fiscale administratie.

Oordeel van de rechtbank

Na de beroepsprocedure komt de zaak voor het Hof van Beroep te Antwerpen. Ondanks een aantal plausibele argumenten van de vzw, volgt het Hof de zienswijze van de fiscus en spreekt het volgende uit voor recht:

  • De inkomsten van de cafetaria zijn zonder twijfel roerende inkomsten.
  • De inkomsten uit de sportinfrastructuur (terbeschikkingstelling) zijn onroerende inkomsten, ook al had de vzw enkel een gebruiks- en uitbatingsrecht (de gemeente is eigenaar). Het ging hier niet alleen om een onroerend goed, maar wel om een volledige accommodatie (dus ook bv. sanitair; kleedkamers; verwarming;…). Dit laatste is een bijzaak bij het gebruiksrecht van het onroerend goed (gebouw; grond).
  • De samenvoeging (en bijgevolg compensatie) van winst (uitbating cafetaria) en verlies (terschikkingstelling accommodatie) is niet toegelaten. Het Hof oordeelt dat de vzw (belastingplichtige) minstens het doel van deze kosten moest kunnen bewijzen. Er moet een onweerlegbaar verband zijn dat deze kosten gedaan zijn met de intentie om de roerende inkomsten te verkrijgen/behouden. In die zin kunnen kosten die betrekking hebben op inkomsten die niets te maken hebben met de concessievergoeding hier niet van worden afgetrokken.

Fiscaal lesje voor de vzw

De aandachtige lezer had misschien al tussen de lijnen gelezen dat de vzw in deze rechtszaak niet voldoende bewijsstukken heeft kunnen aanhalen om haar argumenten hard te maken. In casu kon de vzw zelfs de concessieovereenkomst, die ze had afgesloten met de gemeente omtrent de terbeschikkingstelling, niet voorleggen aan de rechter. Hierdoor was het onmogelijk voor het Hof om de exacte voorwaarden van de exploitatie van de gemeentelijke sportaccommodatie na te gaan.

Het feit dat de concessieovereenkomst en andere contracten met sporters en verenigingen niet als bewijsstukken konden worden toegevoegd aan het dossier, duidt op een wel zeer nalatige administratie van de vzw. Ons inziens kwam dit de vzw duur te staan. Het Hof geeft zelf impliciet aan dat de uitkomst wel eens anders had kunnen zijn, als de boekhoudkundige en andere (fiscale) stukken van de vzw in orde en juist geformuleerd waren geweest.

We horen de sportclubbestuurders onder u al denken “ons overkomt dit niet” of “we nemen dan wel een goeie advocaat”. We hopen het alleszins voor uw sportclub, maar laat deze blog misschien het signaal zijn om uw fiscale/boekhoudkundige/contractuele stukken in het vzw-dossier te (dubbel)checken.

Als u bij de check-up met vragen zit of bepaalde (model)documenten zou nodig hebben, laat het ons gerust weten. Zoals steeds, helpt deSportonoom u graag verder!


Gerelateerde items


Reacties