Een kijk op het transfersysteem in het voetbal – deel II

DeSportonoom schreef eerder over de werking van de FIFPro en de regels aangaande transfers in het voetbal (lees: Een kijk op het transfersysteem in het voetbal – deel I). Hier werden aan de hand van enkele voorbeelden duidelijke richtlijnen in het transfersysteem onder de loep genomen. In onderstaand stuk duiken we dieper in op de materie.

Mededingingsrecht

De klacht vanuit de FIFPro – de spelersvakbond – heeft betrekking op artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van het mededingingsbeleid binnen de EU. Het bestaat uit besluiten en verdragen in functie van concurrentie, alsook uit het verbod op misbruik van een dominantie marktpositie. Hun argument wordt ondersteund door een studie in opdracht van de FIFPro en uitgevoerd door Stefan Szymanski, hoogleraar Sports Management, die bekend staat als mede-auteur van het boek Soccernomics.

De FIFA is het laatste decennium in een machtspositie terechtgekomen binnen de voetbalsector. Naar alle waarschijnlijkheid zal de RSTP (i.e. Regulations on the Status and Transfer of Players) beperkingen opleggen om de concurrentie en de vrijheid van het spelerscontract te vrijwaren. De klacht van de FIFPro wijst op drie kenmerken van de RSTP als beperking op de vrijheid binnen de spelersmarkt:

  1. de berekening van de compensatie als een speler zijn contract beëindigd zonder geldige reden (artikel 17 (1).);
  2. het opleggen van een verbod op het spelen voor de onrechtmatige beëindiging van een contract door een speler gedurende de eerste twee of drie jaar van een contract (artikel 17 (3).); en
  3. de regel dat een contract ondertekenen met een andere club alleen mogelijk is in de laatste zes maanden van het contract of na het verlopen ervan (art. 18 (3)).

Het verband tussen sport en het mededingingsrecht blijkt een complex probleem te zijn. Voetbalclubs hebben een belangrijke impact op contractuele stabiliteit in de wetenschap dat spelers die getekend hebben voor een bepaalde periode niet in staat zijn om te vertrekken. In theorie zijn spelers gebonden aan hun contract, zelfs als er een rijker team een bod doet om het contract uit te kopen. In de praktijk is het uiteraard mogelijk om een spelerscontract af te kopen als er daarvoor de juiste som betaald wordt.

Er is ook het argument van de FIFPro dat de contractuele stabiliteit ten goede komt van de spelers zelf, omdat het contract van een geblesseerde speler niet door de club kan worden beëindigd. Het doel van de contractuele stabiliteit is dusdanig belangrijk voor de club als de speler zelf, maar is in feite tegenstrijdig met een vrije en competitieve arbeidsmarkt. Aldus vereist de voetbalsport een bijzondere behandeling.

Artikel 17 (1) van het RSTP vereist immers uitdrukkelijk dat er met “het specifieke karakter van de sport” rekening moet gehouden worden bij de berekening van de vergoeding voor onrechtmatige beëindiging van het contract (lees ook: deel I met voorbeeld Matuzalem). Het belangrijkste argument van de FIFPro is dan ook dat deze regel van het RSTP een te bijzondere behandeling biedt aan de voetbalsport, ten nadele van de professionele voetballers doordat hun mobiliteit op de arbeidsmarkt wordt beperkt.

Een tweede aspect van het argument dat de FIFPro gebruikt, is de stelling dat de omvang van de transfersommen betekent dat alleen een beperkt aantal rijke clubs in staat zijn om te strijden voor de meest gegeerde voetbaltalenten. Het effect is dat enerzijds de concurrentie beperkt wordt, wat leidt tot de dominantie van een handvol rijke clubs. Leicester City’s prestaties zijn in het huidige seizoen een opmerkelijke uitzondering op deze regel. Anderzijds wordt de omvang van de arbeidsmarkt voor topspelers verkleind omdat het aantal concurrenten op het hoogste niveau te laag is.

De Financial Fair Play is in de ogen van de FIFPro alvast een goede eerste aanzet om de dominantie van miljardenclubs te beperken. Een effectievere prijszetting zal ervoor zorgen dat meerdere clubs in staat zijn om de talenten binnen te halen.

Invloed van salarissen

Het zijn echter niet alleen de transfersommen die een rol spelen op het transfersysteem. De grootste uitgaven van de meeste clubs zijn vaak de spelerslonen. Zonder enige vorm van een collectieve arbeidsovereenkomst of salarisplafond (“salary cap”, zie als voorbeeld de Major League Soccer in de Verenigde Staten) zullen de minder rijke clubs steeds meer op de achtergrond belanden. Grotere clubs kunnen aan de hand van hoge transfersommen en – nog belangrijker – hogere lonen de meeste voetbaltoppers naar zich toe trekken.

Het is uiterst moeilijk te geloven dat de Europese Commissie de ontmanteling van het huidige transfersysteem of de afschaffing van de transfersommen zal vereisen. De Commissie kan wel een aanzet geven door de klacht van de FIFPro niet naast zich neer te leggen.

Veel zal afhangen in welke mate de Commissie interesse toont in de sport. Ze zal moeten beslissen als de klacht een geschil is “met betrekking tot het bestuur” of eerder “een toepassing van de sportregels aan individuen”. Laatstbenoemde heeft meer kans gezien de economische gevolgen van het transfersysteem en de manier waarop een speler aan een club getransfereerd kan worden.

De klacht over mededingingsbeperkende afspraken en misbruik van dominante marktposities moeten als doel hebben om iedere speler en club een eerlijkere manier te geven om vrij te handelen.

De Commissie dient in navolging van de klacht van de FIFPro te bepalen of het systeem momenteel al dan niet naar behoren én op een bevredigende wijze voor alle partijen functioneert. De meerderheid verwacht dat een aantal maatregelen en wijzigingen opgelegd worden die de flexibiliteit op de arbeidsmarkt verhogen en de transactiekosten/transfersommen verlagen.

Zo zou de maximumduur van contracten teruggebracht worden van vijf tot vier jaar, waardoor spelers meer kans krijgen – of op zijn minst eerder de mogelijkheid hebben – op een gratis transfer. Eveneens zal hierdoor de verschuldigde schadevergoeding voor de beëindiging van het contract door een speler zonder geldige reden verlaagd worden.

Een belangrijke kopzorg die waarschijnlijk zal worden verstrengd is het risico dat verlagingen van transfersommen de prikkels voor clubs om jonge spelers te ontwikkelen, zou verminderen. Hoewel, de RSTP legt regels op met betrekking tot opleidingsvergoedingen (art. 20) en solidariteitsmechanismes (art. 21 ), die resulteren in financiële steun voor clubs die hebben bijgedragen tot de opleiding van een speler.

De uitdaging van de FIFPro heeft minder invloed op de positie van de elitespelers, maar meer op de gemiddelde profvoetballer over de hele wereld. In tegenstelling tot de topspelers in binnen- en buitenlang ligt het salaris van de gemiddelde speler veel dichter bij dat van een alledaagse werknemer. Sommigen van hen worden eveneens slecht behandeld en op regelmatige basis niet betaald door hun club.

Mening deSportonoom

Wijzigingen in de regels binnen de transfermarkt kunnen resulteren in lagere transfersommen, de vrijheid en werkzekerheid van voetballers verhogen en zorgen voor meer concurrentie tussen een groter aantal clubs. In feite zouden daardoor meer voetballers en supporters successen kunnen boeken en de populariteit bevorderd kunnen worden. In economisch perspectief kunnen nieuwe maatregelen zorgen voor meer concurrentie en dus bijgevolg meer teams die aanspraak maken op toptalenten. Juridisch gezien zullen nieuwe maatregelen zorgen voor meer nood aan assistentie, zowel op individueel spelers- als clubniveau. Als de FIFPro zijn statement kan verderzetten, zal de voetbalsector minder geconcentreerd blijven bij enkele grote clubs, waardoor meer teams ook aanspraak kunnen maken op meer talenten en meer sportieve successen.


Gerelateerde items


Reacties